Welkom

Publicatielijst

Gert de Jager blogt secundair….

 

 

Over enjambementen in ‘Jonge sla’,  iconiciteit en vormprincipes

Over argumentatieprocedés en de oratie van Jos Joosten

Over het nut van en de belangstelling voor een project als Terug van Maerlant

Over Tonnus Oosterhoff en de essentie van poëzie

Over een interview met Gert de Jager

Over een gedicht van Hans Kloos en de uitgangspunten van een criticus

Over Bijbelse reminiscenties in een gedicht van Chrétien Breukers

Over Christine D’haen en poëzie als dood begrip

Over subsidies en correctiemechanismen

Over een sombere hoogleraar, eindejaarslijstjes en een monumentale Delta-editie

Over de Vijftigers en de teloorgang van de traditie van de breuk

Over poëzie en boekhandels

Over dezelfde sombere hoogleraar, beeldvorming in de literaire kritiek en ijkpunten

Over de leeftijd van de genomineerden voor de VSB-prijs 2008

Over de semantiek van hoofddoekjes

Over de subsidiëring van literaire tijdschriften en internet

Over Eliot, Elisabeth Tonnard en typpex

Over dichterlijke intenties, cirkelredeneringen en een regel van Kouwenaar

Over Bourdieu, Hotel New Flandres en de bloemlezing als legitimeringsmachine

Over de ijzeren logica in ’Een vogel’ van Jan Geerts

Over een stuk van Spinoy, commercie, en literaire ‘moments de gloire

Over Welkom van Willem Jan Otten en de deconstructie van een gedicht

Over de weerzin van Marc Reugebrink jegens de poëzie en een rel in Vlaanderen

Over continuïteit en het évenement volgens Badiou

Over de polysysteemtheorie in Hotel New Flandres

Over literatuuronderwijs en het begrip ‘code’

Over schrijven voor eigen parochie en de kwaliteiten van Van der Graft

Over vijfhonderd creativewritingprogramma’s, grote poëzie en de marginaliteit van Ashbery

Over Het leven van van Wijnberg en een recensie van Pfeijffer

Over de compositie van Het leven van en het nut van literaire prijzen

Over doodslag, krankzinnigheid en het lezen van Achterberg

Over  het eerste vaderlandse gedicht van Nasr

Over de kwaliteit van gedichten en hun vertaalbaarheid

Over de poëzie van Dirk van Bastelaere

Over een biografie van Alice Nahon

Over een biopic van Gorter

Over De revanche van de roman van Thomas Vaessens, nog een keer en nog een keer

Over ontwikkelingen bij Pfeijffer

Over het lezen van en het luisteren naar poëzie, met speciale aandacht voor Faverey en Kregting

Over de samenstelling van jury’s en de VSB-prijs 2009

Over een mislukt poëzieproject in het Vondelpark

Over Laatste gebed van de laatste gebeden....van Koen Peeters

Over een truc in ‘Aanloop’ van David Troch

Over het adagium ‘Show, don’t tell’ in ‘Risico’s’ van Esther Naomi Perquin

Over het onverklaarbare in ‘Het leven van Kant, van Hegel’ van Nachoem Wijnberg

Over muzikaliteit in ‘Het lijden van jonge dichters’ van Koenraad Goudeseune

Over ‘Binnen’ van André Degen en dichten in de marge

Over een gedicht van Ramsey Nasr, calvinisme en de poëzie van het echec

Over engagement en een manifest van Pfeijffer en Harmens

Over onbepaaldheid in ‘Schrijfoefening’ van Catharina Blaauwendraad

Over Freek de Jonge en de waardering voor dichters en soldaten

Over Hermans, Voskuil, Merlijn en moraal

Over een performance van Martijn Benders en plagiaat als levensvoorwaarde

Over oordelen in bijzinnetjes en literatuuronderwijs

Over cynisme in ‘Vinger op strot’ van Juliën Holtrigter

Over ‘Slow Poetry‘en het verlies van symbolisch kapitaal

Over het vertalen van twee woorden in een gedicht van Les Murray

Over elitedwang, bloeiperiodes in de poëzie en het nut van kunstopleidingen

Over Louis en Paul Zukovsky, copyright en de ethiek van het lezen

Over narrativiteit en het ‘zijn’ van de werkelijkheid

Over de stijl van Reve en die van sommige columnisten

Over The Alphabet van Ron Silliman en de correspondentietheorie van LANGUAGE-dichters

Over de standaardtaal en literaire normen

Over lezen, beeldcultuur en de superioriteit van het oog

Over Basho, oppervlakkigheid en het verbranden van woordenboeken

Over intelligente critici en normen in het literaire systeem

Over een intellectuele traditie en de fictie van de ongebroken wereld

Over een veelgelezen calvinistische dichteres en auteursintenties

Over gevarieerde opinies omtrent de Vijftigers

Over literatuur en de Holocaust

Over een gedicht van Robert Anker en zuivere associatievreugde

Over de tegendraadse muzikaliteit van enjambementen

Over een artikel van Gert de Jager en het nut van de reactieknop

Over overschatte auteurs en de invloed van Ashbery op de Nederlandse poëzie

Over postmodernisme, engagement en authenticiteit

Over kosmische orde en onbeklemtoonde d’s in een gedicht van Chris van Geel

Over Achterberg en enkelen van zijn lezers

Over ‘Saudade’ van Simone Sabra en onsamenhangendheid als procédé, met een reprise

Over de schoudervullingenpoëzie van Henk van der Waal

Over een gedicht van Wouter Steyaert en de verbeelding van een psychose

Over een geweldig gedicht

Over ‘iets dat’ en de ANS

Over de instituties van de literatuur en Ol’ Blue Eyes

Over ‘Sneeuwval’ van André van der Veeke en het onmogelijke

Over ‘Het oog van de naald’ van Maarten Das, mystiek en de dagelijkse werkelijkheid

Over een onverwacht rijm in ‘Het punt’ van Jane Leusink

Over een existentieel dilemma in ‘De flarfe’ van Nanne Nauta

Over Pound, Sklovski en een Hollandse professor

Over de poëzie van Krijn Peter Hesselink en de uitgangspunten van een criticus

Over een gedicht van Hans van Willigenburg en een vergelijking zonder verbindingswoord

Over het ‘lyrisch ik’ in de poëzie van vrouwen

Over ‘Alfabetisch’ van Jules Deelder en een lijp accent

Over een infinitief in ‘De trouwring van je vader’ van Jos Versteegen

Over het avontuur in ‘Avontuur in Groningen’ van Meindert Talma

Over polderbarok in ‘Poldermolen Vivat Veritas’ van Edwin de Groot

Over de poëzie van Gertrude Starink

Over literaire kritiek, wetenschap en de grondslag van de cultuur

Over de kabbalistiek in een gericht gedicht van Willem Jan Otten

Over betrouwbare uitgevers en subsidie

Over de dichteres Roosje Asscher—van der Molen

Over ‘Erger nog’ van Ter Balkt en de lezer in opzoekstand

Over stilistische tekortkomingen en opvattingen van Lucebert en Adorno

Over het symbolisch kapitaal van literatoren en hoogleraren

Over theatrale clichés in ‘Ariadnes klaagzang’ van Herlinda Vekemans

Over het writer’s block van Vasalis

Over machtsverhoudingen en een bundel van Ingmar Heytze

Over de ij in Paul van Ostaijen

Over poëziefestivals in een ideale wereld

Over het vertalen van poëzie van Szymborska

Over ‘Zaterdags’ van Bianca Boer, beelden en verkleinwoorden

Over een poëzie-encyclopedie en het verdelen van subsidie

Over het stalinisme van Jan Elburg

Over ‘hij wilt

Over Barnard over Kopland

Over ‘iets dat’ en de Schrijfwijzer

Over strengere normen en schrijfonderwijs

Over zekere taaluitingen en het model van Jakobson

Over het jambische van het Nederlands

Over de verderfelijke invloed van W.F. Hermans, zich uitend in het werk van Herman Koch

Over een sonnet van Gorter en nog een sonnet

Over waarom het vak Nederlands op middelbare scholen zo waardeloos is