Piet Gerbrandy, ‘Neem het beven over’, in: De Groene Amsterdammer 10 juni 2010, p. 44-45.

 

 

Op 15 juni wordt de winnaar bekend gemaakt van de Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. Van de vier genomineerde bundels is er één die verplettert.

 

(…)

 

 

Wat Werkman te weinig heeft, heeft De Jager te veel. Zijn poëzie is die van iemand die niet alleen de hele modernistische traditie kent, maar ook graag wil laten zien dat hij filosofisch geschoold is. Daar is op zichzelf niets op tegen, maar dan moet je wel iets te vertellen hebben. Bij deze ‘terugval in het sublieme’, zoals het gedicht heet, moeten de regelafbrekingen een subtiel denkproces suggereren, maar wat er staat is minimaal:

 

De lelijkheid van de

wereld is zonder meer

aanwezig, maar weet je

opmerkelijk weinig te

beďnvloeden: sterk

is je geest. Als van beton zijn de

stenen en tot in zijn

stuifdennen rafelt het

duin.

 

Is De Jager op z’n slechtst een haiku-mijmeraar, Sterk zeil bevat wel degelijk een paar goede gedichten, waarin hij een zen-achtige lichtheid weet op te roepen die aan het beste werk van Martin Reints doet denken. De witte pauw begint als een abstracte beschouwing over de verbeelding, maar komt tot leven door de trefzeker gekozen details. Het begint zo: ‘Zoals een nogal matig gedicht de gedachte aan een echt gedicht/  kan oproepen, schreef de dichter – je stelt het je voor,/ het bestaat in je hoofd en dus bestaat het – zo verhoudt// de schepping (…) zich tot de volledige denkbaarheid van het opperwezen’. Vervolgens ‘moet er een wending komen’, en die komt in een gewaagde stelling: ‘Het heelal is liefde.’ Daarop lijkt het gedicht zijn eigen gang te gaan:

 

                                                                                      De

koning wordt duizelig als hij zijn paleis uitgaat,

de tuin betreedt met oranjerie en menagerie. Ook

 

mijn witte pauw is een voortbrengsel van de natuur.

Een kroon, een evenbeeld langs het sierperk.

Exotische vruchten kietelen straks mijn smaakpapillen.

 

Het effect is inderdaad dat je de imaginaire witte pauw voor je ziet en in je mond op zoek gaat naar wat je straks van plan bent te gaan eten. Dit is geen matig, maar een echt gedicht.

 

 

(…)