Een statig wezen van weleer: over Schoonheid, melancholie en vakmanschap

 

Louter duisternis, darkness there and nothing more. Van alle poetische stemmingen is melancholie het meest geschikt - ‘legitimate’, schrijft Poe zelf - om de lezer in vervoering te brengen en de ziel aangenaam te verheffen. Dat heeft te maken met het hoge doel van de poëzie: de gewaarwording van Schoonheid. Niet Waarheid en daarmee de bevrediging van het verstand, niet Passie en daarmee de opwinding van het hart: een dichter mag het nastreven, maar het is ondergeschikt aan wat Schoonheid aan verheven emoties kan bewerkstelligen. Schoonheid, zo leert de ervaring, komt het best tot uitdrukking in een sfeer van droefgeestigheid. In haar opperste manifestatie beweegt Schoonheid een gevoelige ziel tot tranen.

 

Poe schreef het in The Philosophy of Composition - een essay dat onlosmakelijk met The Raven verbonden is en zelfs als een soort tweelingtekst beschouwd kan worden. Het tijdschrift waarin hij dat opstel in 1846 publiceerde, had een jaar daarvoor The Raven geweigerd. Onder het pseudoniem Quarles en voor een honorarium van negen dollar publiceerde Poe het gedicht begin 1845 dan maar in een New Yorkse krant. Het was het begin van een succesverhaal: binnen enkele weken werd het afgedrukt in meer dan twintig kranten en onder de naam van de auteur - in de hele V.S. en tot in Engeland en Ierland toe. Al snel verschenen er parodieën: een wonderlijke menagerie van uilen, papegaaien, kalkoenen, bunzings en gazelles bleek ook opeens iets te melden te hebben. Een jonge parlementariër, Abraham Lincoln, vond de bunzingversie zo geestig dat hij nieuwsgierig werd naar het origineel en prompt The Raven uit het hoofd leerde.

 

Tot 1845 bekleedde Poe een dwarse positie in de literaire wereld. Hij probeerde van de pen te leven en had vooral naam gemaakt als een genadeloze criticus die niets moest hebben van moralisme in de literatuur. Met name de eerbiedwaardige Longfellow, bijna een nationale dichter, moest het ontgelden; voor de natuurmystiek en het typisch Amerikaanse optimisme van transcendalisten als Emerson en Thoreau had hij weinig anders over dan hoon. In 1840 waren de verhalen verschenen die Poe tot een van de invloedrijkste auteurs van de negentiende eeuw zouden maken; ze kregen wisselende kritieken en verkochten slecht. Na publicatie van The Raven was Poe opeens een beroemdheid en kon hij zijn magere inkomen - copyright bestond nog niet - aanvullen met de opbrengst van optredens. Er bestaan fraaie verslagen van: de lampen werden gedoofd, The Raven klonk in 'the most melodious of voices' en het publiek hield verstijfd de adem in tot aan de slotregel.

 

Een sprekende raaf met een beperkt vocabulaire deelt aan een mismoedig, studieus type mee dat hij zijn geliefde Lenore nooit meer terug zal zien. Wat is het geheim van het gedicht? In The Philosophy of Composition geeft Poe een verrassend antwoord. Als een detective die de perfecte misdaad reconstrueert, laat hij zien dat The Raven volkomen planmatig is opgezet om het hoogste doel, de gewaarwording van Schoonheid, te bereiken. Omvang, droevige sfeer, het theatrale effect van een refrein dat steeds van betekenis verandert, de sonore klanken in het refrein, het woord 'nevermore' dat als enige aan alle eisen voldoet - Poe presenteert de eigenschappen van het gedicht als logische consequenties van elkaar opvolgende beslissingen. Het geldt ook voor de inhoud: geen menselijk wezen zal zijn vocabulaire beperken tot één woord, dus het refrein zal moeten worden uitgesproken door een dier; dat dier kan een papegaai zijn, maar een raaf is meer in overeenstemming met de sfeer; het meest melancholieke onderwerp dat men zich kan voorstellen is de dood; niets is zo treurig als de dood van een mooie vrouw, niets zo hartverscheurend als de klaagzang van een diepbedroefde minnaar. Het zijn de koele, rationele beslissingen van een vakman die leiden tot een geslaagd gedicht dat ook nog origineel is; het is– behalve bij geesten van ongewoon formaat, voegt Poe er in een tussenzinnetje aan toe – in geen geval een kwestie van intuïtie en inspiratie.

 

De ratio van de dichter, zoals Poe die in The Philosophy of Composition voorstelt, contrasteert daarmee heftig met de manier waarop de geest van zijn hoofdpersoon werkt. Die laat zich leiden door een overweldigende emotie. In de woorden van Poe: “De geleerde vermoedt nu hoe de vork in de steel zit, maar wordt gedwongen (…) door zijn menselijke verlangen naar zelfkwelling – en ten dele door bijgeloof – juist díe vragen te stellen die hem door het te verwachten antwoord ‘nimmermeer’ het meest overweldigende verdriet zullen bezorgen.” Wat de geleerde denkt en zegt, is niet het resultaat van een autonoom proces, maar wordt bepaald door zijn mentale gesteldheid – zijn depressie, zouden we tegenwoordig zeggen - die wordt verhevigd door de respons die hij krijgt. Het is een respons waar hij zelf op aanstuurt. Zelfkwelling, bijgeloof en overweldigend verdriet voor een eenzame geleerde, melancholie en tranen voor de gevoelige lezer, een dichter die als een koele constructeur uit is op Schoonheid - als we niet wisten dat juist deze tegenstellingen steeds terugkomen in Poes leven en werk, zouden we The Raven misschien als een typisch negentiende-eeuws genrestukje beschouwen.

 

Dat we dat niet doen, danken we, behalve aan de kwaliteit van het gedicht zelf, aan de weerklank die The Raven en The Philosophy of Composition vonden in symbolistische en decadente dichterskringen in Frankrijk. Baudelaire herkende in Poe veel van wat in hemzelf leefde: de fascinatie voor het irrationele en de zelfkant; het verlangen zijn spleen te overstijgen in een klassieke, bijna onpersoonlijke vormgeving. Zonder Poe geen l'art pour l'art. Dat Mallarmé, de grootmeester van de hermetische suggestiviteit, de vloeiende volzinnen van The Raven vertaalde, verbaast me elke keer weer als ik het lees.

 

In Nederland is de invloed van The Raven, hoewel het twaalf keer is vertaald, beperkt gebleven. Negentiende-eeuwse vertalingen, onder meer van de hand van Jacob van Lennep, verschenen in traditionele almanakken en tijdschriften. In 1983 verscheen een boekje waarin Bob den Uyl het gedicht introduceerde bij het grote publiek; hem waren maar twee eerdere vertalingen dan de zijne bekend - niet die van Van Lennep bijvoorbeeld; het waren de donkere dagen vóór internet. Na de vertaling van Den Uyl verschenen er nog vijf, onder meer een van Thé Lau die de rockopera The Raven van Lou Reed en Bob Wilson bewerkte. En dan is er nu onder auspiciën van Stichting Spleen de vertaling van Mereie de Jong, samen met reflecties op The Raven van een groot aantal dichters. Die dichters die reflecteren: zijn ze uit op Waarheid? Op Passie wellicht? Of hadden ze dankzij het vakmanschap van Poe een gewaarwording van Schoonheid in een sfeer van droefgeestigheid en beleefden ze de exquise verheffing van hun zielen? Het is aan hun lezers om dat te ontdekken .

 

Een gedetailleerd overzicht van vroege uitgaven van The Raven is te vinden op https://www.eapoe.org/works, van de Nederlandse vertalingen op http://www.edgarallanpoe.nl/the-raven. Onder de titel ‘Hoe ik ‘De raaf’ schreef’ vertaalde Bob den Uyl The Philosophy of Compostion in: Bob den Uyl, Hoe en waarom Edgar Allen Poe The Raven schreef, Querido 1983.